De ziekte

De diagnose kan het best zo vroeg mogelijk worden gesteld door middel van onderzoek van bloed. Sikkelcelziekte manifesteert zich bij baby vanaf ongeveer een half jaar. Diagnose, preventieve behandeling en informatie aan de ouders moet bij voorkeur daarvoor plaats vinden. Vroege behandeling betekent uitzicht op een betere toekomst. Vanaf 2007 is onderzoek naar sikkelcelziekte standaard in de hielprik opgenomen.

Er zijn meerdere typen van sikkelcelziekte of sikkelcelanemie:

Bloed

De functie van het hemoglobine is het opnemen en loslaten van zuurstof. Bij sikkelcelziekte is het hemoglobine anders samengesteld dan bij gezonde mensen. Bij een laag zuurstofgehalte in het bloed verliezen de rode bloedcellen hun ronde vorm en krijgen de vorm van een halve maan of sikkel, vandaar de naam sikkelcelziekte.

De rode bloedcellen worden al na 30 dagen afgebroken in plaats van na de gebruikelijke 120 dagen en er ontstaat bloedarmoede. Door hun sikkelvorm hebben de cellen de neiging gemakkelijk in elkaar te haken. Bij sikkelcelziekte kunnen de kleine bloedvaten verstopt raken waardoor weefsels zuurstofgebrek krijgen en afsterven. Men spreekt dan van een sikkelcelcrisis.

 

Het verloop van het sikkelen in een bloedvat

 

 

 

Normale flexibele rode bloedlichaampjes kunnen ongestoord de fijne bloedvaatjes passeren (onderste aftakking). Sikkelcellen zijn star en deze verstoppen de bloedvaatjes (bovenste aftakking). Verstoppingen kunnen hevige pijn, koorts maar ook weefselschade veroorzaken. Naast sikkelcellen spelen ook de vaatwandcellen, witte bloedcellen, bloedstolling (stolsel) en ontstekingen een rol in het ontstaan van complicaties van sikkelcelziekte

 

Het sikkelen in een bloedvat bij een ‘crisissituatie’ (uitvergroting)

 

 

 

Bij het sikkelen kunnen veel verschillende organen betrokken raken. De klachten van iemand met sikkelcelziekte hangen nauw samen met de plaats waar de bloedvaten verstopt raken. Deze verstoppingen kunnen optreden in de botten, de milt, de longen, de darmen de hersenen, de nieren, de penis en de ogen. Een ernstige complicatie is ook de zg pulmonale hypertensie. Dit is een abnormale verhoging van de bloeddruk in de longen. Bij pulmonale hypertensie zijn er vaten in de longen vernauwd waardoor de druk in de bloedvaten stijgt.

Erfelijkheid

Iemand krijgt pas sikkelcelziekte als hij of zij de erfelijke eigenschap die sikkelcelziekte veroorzaakt van beide ouders erft. Het is dus erfelijk.  De manier van overerving bij sikkelcelziekte verloopt autosomaal recessief. Autosomaal betekent dat de ziekte bij jongens en meisjes kan voorkomen. Recessief wil zeggen dat de ziekte alleen overgebracht kan worden als beide ouders drager zijn van de erfelijke eigenschap die de ziekte veroorzaakt. Heeft iemand voor een bepaald kenmerk een veranderd of anders gezegd een gemuteerd gen dat recessief is, dan zal die persoon daar doorgaans niets van merken. Op het bijbehorende chromosoom kan immers het 'gezonde' gen liggen. Dit gezonde gen produceert een eiwit dat zodanig actief is, dat een beperkte dosis al voldoende is. Het maakt dan niet uit dat het andere gen afwijkend is, er is genoeg actief eiwit dat dit op kan vangen. Vaak gaat het hier om de aanmaak van een enzym dat een belangrijke rol heeft in de stofwisseling. Iemand kan dus gezond zijn, maar wel drager van de genmutatie die tot de aandoening kan leiden. Zo zijn we, zonder het te weten, allemaal drager van verschillende fouten in het DNA .

Als beide ouders echter drager zijn van hetzelfde gemuteerde recessieve gen, dan kunnen zij dit gemuteerde gen allebei doorgeven aan hun kind en krijgt hun kind sikkelcelziekte. De kans dat dit gebeurt is 25%. Er is immers 50% kans om van één ouder het gemuteerde gen te ontvangen en daar weer 50% kans van om het gemuteerde gen ook van de andere ouder te krijgen. Natuurlijk is ook de combinatie van een normaal gen met een afwijkend gen mogelijk, de kans daarop is 50%. Deze nakomelingen zijn dus weer drager van de aandoening. Het kind kan ook van beide ouders het normale gen erven, de kans daarop is 25%.

De verschillende manieren van overerving bij sikkelcelziekte:

De symbolen die de erfelijke eigenschappen aangeven

 Als er geen sprake is van dragerschap bij de ouders

Als bij de moeder sprake is van dragerschap

Als bij de vader sprake is van dragerschap

Als bij beide ouders sprake is van dragerschap

Als de moeder sikkelcelziekte heeft en de vader drager is

 

Dragers en patiënten

Veel ouders weten niet of zij drager zijn, daarom kan er totaal onverwacht een kind geboren worden met deze ziekte. Voor de meeste recessieve ziekten komt het dragerschap voor bij 1: 50 tot 1: 200 mensen. Bij toeval kunnen beide ouders drager zijn van eenzelfde recessief gen. De kans wordt groter als dragers familie van elkaar zijn, bijvoorbeeld neef en nicht, of beide personen afkomstig zijn uit een (sub)tropisch gebied waar veel dragers zijn van sikkelcelziekte.
Omdat sikkelcelziekte autosomaal recessief overerft wordt men alleen ziek als men het afwijkende erfelijke materiaal van beide ouders ontvangt. Soms kan een drager lichte bloedarmoede hebben, maar meestal heeft hij of zij geen ziekteverschijnselen. Dragerschap kan in de loop der tijd niet veranderen in de echte sikkelcelziekte.

Ziekte-verschijnselen en klachten

Baby’s en kinderen
Een baby met sikkelcelziekte heeft bij de geboorte nog geen verschijnselen van de ziekte. Dit komt omdat bij de geboorte nog veel gezonde rode bloedcellen aanwezig zijn die elk ongeboren kind maakt en nog weinig afwijkende rode bloedcellen. Gedurende de eerst zes maanden worden de gezonde rode bloedcellen van de baby geleidelijk aan vervangen door de sikkelcellen (plaatje). Vier tot zes maanden na de geboorte kunnen de eerste klachten optreden, zoals pijnlijke en gezwollen handjes en/of voetjes, plotseling bleek zien met opzetten en pijnlijk worden van de uit en ernstig verlopende infecties. Ten gevolge van de bloedarmoede kunnen kinderen een groeiachterstand oplopen. Preventieve behandeling en een afspraak met de kinderhematoloog zou al voor het optreden van de eerste klachten moeten plaatsvinden.

Volwassenen
De meeste mensen met sikkelcelziekte hebben niet het hele jaar door klachten. Ook is het zo dat mensen met sikkelcelziekte verschillend reageren bij hetzelfde ziektebeeld. Een periode zonder klachten wordt steady state genoemd. Daarnaast zijn er perioden dat er crises optreden. Patiënten met veel crises kunnen daardoor nauwelijks werken terwijl anderen een normaal bestaan kunnen opbouwen. Hieronder staan een aantal ziekteverschijnselen en klachten die in verband staan met sikkelcelziekte.

Ziekteverschijnselen

Klachten:

  • sneller moe, geen puf, lusteloos
  • lichtgele verkleuring van de ogen
  • veel plassen
  • koorts (temperatuur van meer dan 38 graden Celsius)
  • hoofdpijn
  • minder kracht en gevoel in armen of benen
  • pijnlijke crises
  • plotselinge toename van bleekheid of geelzucht (bloedarmoede crisis)
  • gezwollen handen en voeten (hand/voetsyndroom)
  • plotseling slechter zien
  • plotselinge benauwdheid, kortademigheid en pijn in de borstkast (acute chest syndroom)
  • plotselinge pijn in de rechter bovenbuik waarbij men niet stil kan liggen of zitten. Dit kan wijzen op de aanwezigheid van galstenen
  • pijnlijke erectie van de penis
  • plassen van bloed
  • zweren aan benen

Toekomst-perspectief

De meeste patiënten met sikkelcelziekte kunnen met een zorgvuldige begeleiding en een goede manier van leven een redelijk normaal levenspatroon en beroepscarrière ontwikkelen. Zij zullen voor het overgrote deel van hun leven niet anders functioneren dan anderen met betrekking tot sociaal, maatschappelijk en economisch niveau. Wel moeten zij rekening houden met hun ziekte en zorgen dat mensen in hun omgeving deze ziekte kennen. Sommige sikkelcelvarianten geven ondanks een zorgvuldige levenswijze van de patiënt meer en ernstiger klachten.
Een aantal onderzoekers en artsen houdt zich bezig met sikkelcelziekte. Zo wordt geprobeerd om het zieke erfelijke materiaal (het DNA) te corrigeren of repareren. Op de langere termijn zal deze gentherapie voor echte genezing kunnen zorgen, maar voorlopig is dit nog niet aan de orde. Wel worden op zeer beperkte schaal met succes beenmergtransplantaties en stamceltransplantaties toegepast. Deze methoden zijn slechts in een klein aantal gevallen mogelijk en zijn risicovolle behandelingen. Alleen patiënten met veel klachten maar waarbij nog niet heel veel schade is aangericht komen voor deze behandeling in aanmerking.