Het is moeilijk om voor jezelf op te komen

Ze lacht haar prachtige witte tanden bloot: ‘Ik ben geloof ik een makkelijk persoon. Als kind wilde ik het nooit over mijn ziekte hebben. Immers, als je er niet over praat, dan is het er niet. Je kunt er natuurlijk wel van balen dat juist jij sikkelcelziekte hebt, maar dat schiet niet op. Dan wordt het alleen maar erger.’Salomi heeft ook nooit met haar ziekte te koop gelopen. ‘Zowel op de lagere school, op de middelbare school als op het mbo heb ik het niet verteld. Wel ging mijn moeder naar school om er met de docenten over te praten, zodat die op de hoogte waren.’ Salomi denkt dat ze juist omdat ze helemaal in de Nederlandse cultuur is geworteld haar lotgenoten kan helpen. ‘Niet iedereen met sikkelcelziekte is het Nederlands even goed machtig. Maar dat is het niet alleen, veel mensen begrijpen niet precies hoe je met een Nederlandse arts moet communiceren. In veel landen moet je vooral naar een arts luisteren en mag je niet teveel tegenspreken. Hier is het totaal anders. Je moet juist hardop zeggen wat je vindt en voelt.’
Wanneer een arts vraagt hoe het gaat, hebben mensen die uit andere culturen komen, eerder de neiging om te zeggen: nou, ja, valt wel mee, dokter. Ook als het helemaal niet meevalt. Salomi: ‘Het is moeilijk om voor jezelf op te komen. Om eerlijk en duidelijk te zijn tegen een arts. Dat heb ik ook moeten leren. Maar als je het niet doet, walsen artsen over je heen.’ Voor mensen met een taalbarrière moet dat nog moeilijker zijn. ‘Temeer omdat je toch minder serieus wordt genomen wanneer je een taal niet zo goed spreekt.’
Uit ‘Een vreemde ziekte’ van Simon Rozendaal