Bij alle vormen van thalassemie is er sprake van een verlaagde hemoglobine en dus bloedarmoede. De ene vorm van thalassemie heeft geen behandeling nodig, de andere vorm wel.
Baby’s en kinderen
De klachten bij thalassemie major treden op bij baby’s vanaf ongeveer een half jaar. De baby groeit slecht, is huilerig, bleekgeel en ziek. Ze geven soms over en slapen slecht. Soms bestaat er kortademigheid en vochtophoping in de weefsels. Ten gevolge van de ernstige bloedarmoede heeft het kind last van groeistoornissen, overmatige beenmergactiviteit en misvormingen van het beendergestel. Kinderen met thalassemie zijn zeer vatbaar voor infecties. Zonder behandeling is er een zeer korte levensverwachting. Kinderen die vanaf de vroege jeugd behandeld worden, kunnen meestal een redelijk normaal leven leiden.
De complicaties van iemand met thalassemie major zijn sterk afhankelijk van de leeftijd waarop met bloedtransfusies en ontijzeringbehandeling is begonnen. Als de gecombineerde behandeling vanaf de vroege jeugd plaatsvindt, zullen de nadelige gevolgen beperkt zijn. De meest voorkomende complicatie is ijzerstapeling ondanks het gebruik van medicijnen. Uiteindelijk kan er sprake zijn van verminderde groei en ijzerstapeling in de hartspier en de lever, maar ook in andere vitale organen, botten en huid.
Volwassenen
Ziekteverschijnselen:
Klachten:
Mensen met β-thalassemie minor zijn drager van de ziekte. Zij hebben één defect gen en hebben een lichte vorm van bloedarmoede die in het algemeen weinig of geen klachten geeft. Soms is de milt iets vergroot. Deze vorm van bloedarmoede wordt vaak verward met gewone bloedarmoede (ijzergebrekanemie).
Deze vorm is ernstiger dan de ‘minor’ vorm, maar milder dan de ‘major’ vorm. Er is een bloedarmoede, maar meestal is het lichaam zelf in staat om deze weg te werken. Patiënten kunnen lange tijd zonder bloedtransfusies leven. Zodra bij de patiënt regelmatig bloedtransfusies noodzakelijk zijn valt de patiënt onder de ‘major’ vorm. Soms is verwijdering van de milt al voldoende om verder zonder bloedtransfusies te kunnen leven.
Een patiënt met sikkelcel - β -thalassemie heeft sikkelcelziekte én bèta-thalassemie. De symptomen zijn de symptomen van sikkelcelziekte maar dan iets in een mildere vorm. Pijncrisissen komen voor maar iets minder vaak en vaak iets milder. Bij sikkelcel – β-thalassemie komen ook symptomen voor die je bij β-thalassemie intermedia ziet. Er is meestal wel een duidelijke bloedarmoede, waarvoor zo nu en dan bloedtransfusies voor nodig zijn.