Dragers

Wanneer iemand een (voor)ouder heeft van (sub)tropische herkomst is bloedonderzoek naar dragerschap raadzaam. Bij een patiënt of drager van sikkelcelziekte kunnen de erfelijke eigenschappen bij meerdere leden van de familie voorkomen. Kinderen, ouders, broers en zusters, neven en nichten en ooms en tantes kunnen daarom ook drager zijn. Het is voor hen belangrijk dat onderzoek op dragerschap verricht wordt voor zij kinderen krijgen. Dit onderzoek kan op elke leeftijd plaatsvinden. De verschillende betrokken artsen (zoals de huisarts, de kinderarts, de hematoloog) of verloskundige kunnen een dergelijk onderzoek aanvragen.
Na verwijzing van de huisarts kan men voor onderzoek en erfelijkheidsvoorlichting/advisering terecht bij één van de Klinisch Genetische Centra.

Klachten

Dragers van sikkelcelziekte zijn of worden niet ziek van hun dragerschap. Soms kan een drager lichte bloedarmoede hebben, maar meestal heeft hij of zij geen ziekteverschijnselen. Dragerschap kan in de loop der tijd niet veranderen in de echte sikkelcelziekte.

Het sikkelen van de rode bloedcel, patiënt, of drager?
Een rode bloedcel van mensen die geen sikkelcelziekte of dragerschap hebben, bevat alleen HbA moleculen, dit wordt uitgedrukt in HbAA. Een rode bloedcel van mensen met sikkelcelziekte, bevat alleen HbS moleculen, zij hebben twee genen HbS geërfd en dat wordt uitgedrukt in HbSS. Er zijn ook andere, zeldzamere varianten, zoals HbSC, HbSD, HbSE, HbSO en HbS/bèta-thalassemie sikkelcelziekte.

Dragers hebben één gen voor HbA en één gen voor HbS geërfd, dit wordt uitgedrukt in HbAS. Bij dragers bevat een rode bloedcel dus HbS en HbA. De hoeveelheid HbA aanwezig in de rode bloedcel bepaalt of het bloed kan gaan sikkelen of niet. Om te kunnen sikkelen moet er namelijk een meerderheid van HbS zijn om polymerisatie (polymeervorming = draadvorming in de bloedcel) te veroorzaken, dat de cellen doet sikkelen. Bij dragers is er altijd voldoende HbA in de cel aanwezig, zodat deze polymeervorming niet kan plaats vinden. Zij hebben maximaal 45% HbS, de rest is HbA. HbA is dus normaal gesproken meer of nagenoeg evenveel aanwezig als HbS. Genoeg dus, om te zorgen dat de cel NIET kan gaan sikkelen.

De rode bloedcellen van een drager kunnen buiten de bloedcirculatie in het lichaam, onder laboratoriumomstandigheden, waarbij zuurstof aan de rode bloedcellen onttrokken wordt, tot sikkelen worden gebracht. Maar in het lichaam gebeurt dat dus zelden of nooit. Heel soms, onder extreme omstandigheden (topsport, uitdroging, verblijf op grote hoogte) kan het wel voorkomen dat een drager ook pijnklachten ontwikkelt, omdat zich blijkbaar (plaatselijk) sikkelcellen vormen. Dit is niet aan te tonen d.m.v. lichamelijk onderzoek.

Wanneer er toch veel pijnklachten zijn, wat eigenlijk niet past bij een drager, kan er misschien meer aan de hand zijn. Het is dan goed om dit verder te laten onderzoeken in een expertise/kenniscentrum.

Dragerschaps-onderzoek

Erfelijkheidsonderzoek naar dragerschap kan op elke leeftijd plaatsvinden. Het is belangrijk dat onderzoek op dragerschap in ieder geval verricht wordt voor men kinderen krijgt. Zo kan men voor de conceptie of het huwelijk dit onderzoek doen, bij de eerste zwangerschapscontrole of net na de geboorte. De diagnose kan het best zo tijdig mogelijk worden gesteld omdat dit de meeste keuzemogelijkheden geeft als dragerschap geconstateerd wordt. OSCAR Nederland is er voor om standaard dragerschapsonderzoek aan te bieden voor alle mensen die hun oorsprong hebben in landen waar sikkelcelziekte voorkomt. Dit is des te meer van belang omdat ook door multi-etnische relaties dragerschap steeds meer verspreid is geraakt over de gehele bevolking. Door een eenvoudig bloedonderzoek kan worden vastgesteld of iemand al dan niet drager is van sikkelcelziekte. Dit kan door uw huisarts worden geregeld en het enige wat nodig is, is een buisje bloed.  In sommige gevallen is (aanvullend) DNA onderzoek nodig. Op dit moment is er van het standaard aanbieden van onderzoek nog geen sprake. Vaak moeten mensen zelf ernaar vragen.

Kinderwens en zwangerschap

Bij een kinderwens is het van belang om te weten of beide partners drager zijn van sikkelcelziekte. Als slechts één van de twee partners drager is, bestaat er geen risico voor ernstige vorm van sikkelcelziekte bij de kinderen. Zij kunnen natuurlijk wel drager zijn.

Indien partners met een kinderwens beiden drager zijn van sikkelcelziekte, kunnen er preventieve maatregelen genomen worden of zij kunnen de risico’s bij een zwangerschap aanvaarden. De volgende acties kunnen worden ondernomen.

Vóór de zwangerschap

– Prenatale diagnostiek (vlokken test in de 11de week van de zwangerschap en zwangerschapsonderbreking bij een aangedane foetus)
– Pre-implantatie genetische diagnostiek of PGD (analyse en selectie van de te implanteren vrucht na kunstmatige inseminatie; nog niet routinematig in Nederland)
– Bevruchting of inseminatie met een niet risico dragende partner of zaad donor
– Adoptie
– Geen kinderen
– Voor sommige culturen is een andere partnerkeuze ook een aanvaardbare optie.

Tijdens de zwangerschap
Tijdens de zwangerschap kan onderzoek worden gedaan of een foetus sikkelcelziekte heeft. Partners die beide drager zijn van erfelijke bloedarmoede, kunnen ook gezonde kinderen krijgen, maar bij elke zwangerschap is er wel een kans van 1 op 4 (25%) dat er een kind met sikkelcelziekte wordt geboren.

Het is mogelijk om vroeg in de zwangerschap te laten onderzoeken of het kind aan sikkelcelziekte zal lijden. Via prenatale diagnostiek kan de vlokken test in de 11de week of vruchtwaterpunctie in de 16de week van de zwangerschap worden gedaan. Voor een test dient door de huisarts of verloskundige in de zevende week van de zwangerschap een verwijzing naar een Klinisch Genetisch Centrum plaats te vinden .
De meest gebruikelijke manier om het te onderzoeken is de vlokkentest. Er wordt een kleine hoeveelheid weefsel (vlokken) opgezogen uit de placenta of moederkoek die om de foetus heen groeit. Door middel van DNA onderzoek (onderzoek van het erfelijk materiaal) wordt vervolgens bekeken of de foetus sikkelcelziekte zal ontwikkelen. Hierbij is vergelijkend onderzoek met het DNA van de ouders nodig. De uitslag van dit DNA onderzoek is ongeveer twee weken na de vlokkentest beschikbaar.

Afhankelijk van de uitslag kunnen verdere keuzes worden gemaakt. De ouders kunnen besluiten de zwangerschap af te breken of zich goed voor te bereiden op het krijgen van een kind met sikkelcelziekte. Het maken van de keuze wordt zorgvuldig begeleidt door een Klinisch Genetisch Centrum.

Na de zwangerschap
Ook na de zwangerschap kan worden onderzocht of een baby sikkelcelziekte heeft. Standaard gebeurt dit in Nederland bij de hielprik. Vanaf 2007 is onderzoek naar sikkelcelziekte standaard in de hielprik opgenomen. Dragers van sikkelcelziekte worden ook opgespoord.

Kort na de geboorte wordt er bloed afgenomen uit de hiel van de baby. Dat bloed wordt onderzocht op een aantal aandoeningen, waaronder sikkelcelziekte.

Een vroege diagnose betekent dat de behandeling snel na de geboorte gestart kan worden. Vroege behandeling betekent uitzicht op een betere toekomst. Het is in veel gevallen mogelijk om de ziekteverschijnselen van sikkelcelziekte te voorkomen en een redelijk normaal leven te leiden.

Het is goed zich te realiseren dat ook al is er al een kind met sikkelcelziekte geboren, bij een volgende zwangerschap dezelfde kans op een ziek kind bestaat. Ook het volgende kind kan sikkelcelziekte hebben.

Wat kost een dragerschapstest?
Bloedonderzoek voor dragerschap van sikkelcelziekte of thalassemie kost 20 tot 50 euro. Meestal gaat dit ten koste van het eigen risico. Als er (ook nog) een DNA test nodig is, komen daar extra kosten bij. Of die kosten worden vergoed, kun je navragen bij jouw zorgverzekeraar. Meer informatie vind je op de website van het Hemoglobinopathieën Laboratorium Leiden.